Samen doen makkelijker gezegd dan gedaan
“Kom op, even de schouders eronder en dan is het zo klaar.” Op een familiebedrijf ben je gewend om het samen te doen, zodat het werk eerder klaar is. Moet je het meehelpen verplichten? Nee. Alles wat je verplicht, werkt vaak met tegenzin. Als er geen motivatie is wekt dat ergernis op tijdens het werken. Binnen ons gezin was de regel duidelijk: er werd één keer gevraagd, een tweede keer niet. En kwam je vervolgens helpen met een gezicht als een oorworm waar ‘geen zin’ vanaf droop? Dan mocht je via de andere deur naar buiten, en daar was meestal geen discussie over.
Als de ander steeds moet controleren of jij je werk nog wel goed doet, leveren de extra handjes geen enkele winst op. Vandaar onze stelregel. Gelukkig konden we deze momenten op twee handen tellen. Tegenwoordig zien we juist vaak dat één keer vragen meer dan genoeg is, of zelfs niet nodig. En eerlijk is eerlijk: samen werken is ook een stuk gezelliger dan alleen.
‘We moeten het samen doen’, is ook een motto wat breder in de samenleving leeft. Om het echt te laten slagen, zitten er wel voorwaarden aan. Is bijvoorbeeld de taakverdeling redelijk verdeeld? Bij het boodschappen doen, kan het niet zo zijn dat de één de portemonnee draagt terwijl de ander de boodschappentas moet tillen. Het gaat bij ‘samen doen’ om een evenwichtige relatie waarin eenieder naar vermogen zijn bijdrage levert.
Samenwerken doen we ook met onze contractgevers. Met hogere vleesprijzen zijn ze makkelijker bereid om een hogere contractvergoeding te geven. Maar wanneer de prijzen zakken, wordt het lastiger om te onderhandelen. In de loop der jaren is er vaak een vertrouwensband opgebouwd met de contractgever, maar met alleen vriendschap en vertrouwen kunnen de rekeningen niet betaald worden. We moeten er samen voor zorgen dat er een financiële buffer opgebouwd kan worden voor de investeringen waarvoor we staan (denk aan het convenant dierwaardige veehouderij).
Misschien is het nog wel belangrijker om er samen voor te zorgen dat we niet alleen een exportproduct zijn. Dat we ook in Nederland meer voet aan de grond krijgen met kalfsvlees of jong rund. Daar zit toch een belangrijk deel van ons bestaansrecht. Ook dit zullen we samen moeten doen met onze supermarkten. Binnen enkele jaren moeten supermarktconcerns voldoen aan nieuwe milieuwetgeving, de zogenoemde CSRD-regelgeving. Omdat kalfsvlees een veel gunstiger footprint heeft dan rundvlees liggen er grote kansen. Dat moeten we samen oppakken.
Vanuit provincie en politiek Den Haag klinkt ook vaak het adagium ‘we gaan samen kijken naar wat mogelijk is’. Maar bij deze samenwerking heb ik toch een heel ander gevoel. Het is het gevoel dat je aan een leiband gehouden wordt en dat de wensen van bepaalde partijen en organisaties die ons als veehouders minder goed gezind zijn de overhand krijgen. Het is een gevoel van ‘samen’ waarbij de één bepaalt en de ander de rekening betaalt. Waar de één gecontroleerd wordt en de ander de vrije hand heeft. Het samengevoel met beleidsmakers en politiek ontbreekt volledig.
Ik moet er niet aan denken dat we afhankelijk worden van voedsel dat ver weg is geproduceerd. Dan kunnen we lang niet meer overal de sticker ‘veilig en verantwoord’ opplakken. Een controle is makkelijk te omzeilen, en middelen die wij hier al jarenlang achter slot en grendel hebben, komen straks weer op onze borden terecht. Ook verdwijnt de wil om samen te werken met politiek als je voor het karretje wordt gespannen van idealen die niet passen bij je eigen overtuiging.
Toen de kinderen klein waren, konden we tegen ze zeggen: zo gebeurt het, punt. Nu ze ouder zijn, werkt dat natuurlijk niet meer. Het is voor iedereen geven en nemen. Zo zou het ook met beleidsmakers moeten zijn. Voor mijn gevoel gebeurt dat niet. Geven en nemen eindigt daar te vaak in ‘je hebt het maar te slikken’.
Evelien Smit, trotse kalverhouder in Nieuweroord
Lees ook
Meest gelezen
Agenda
-
Er zijn momenteel geen evenementen gepland


