Roséstartkalveren geven dynamiek aan bedrijf
Twan van Gastel voelt zich vooral melkveehouder. Maar de roséstartkalveren op zijn bedrijf zorgen wel voor meer dynamiek. “Als vrije kalverhouder moet je lef hebben en soms je verlies nemen.”
Op de vraag of Twan van Gastel (43) een melkveehouder is die kalveren houdt, of een kalverhouder die melkkoeien houdt, is hij duidelijk: hij is een melkveehouder die kalveren houdt. Maar met zijn rosékalveren voelt hij zich wel nog meer ondernemer. Omdat hij de dieren voor eigen rekening houdt (dus niet op contractbasis), is hij zelf verantwoordelijk voor de inkoop van de jonge dieren en de afzet van zijn slachtrijpe rosékalveren. De bedragen die in zijn rosétak omgaan zijn het drievoudige van de melkveetak en de winst (of het verlies) op een koppel kalveren wisselt iedere keer flink. “Daar moet je tegen kunnen”, zegt hij. “Als kalverhouder moet je meer lef hebben en soms je verlies nemen.”
Uitbreiden in kalveren
De vader van Twan bouwde het bedrijf in Sint-Oedenrode (NBr) op met melkvee en legkippen. Omdat de broer van vader Hans ook vleeskalveren had, en dit goed beviel, werd er overgeschakeld op deze nieuwe tak. Het melkvee bleef, uiteraard. In het tijdperk van het melkquotering was uitbreiden van de kalverentak interessanter dan het dure melkquotum bijkopen. Zo telt het bedrijf nu achthonderd roséstartkalveren en honderd stuks melkkoeien met bijbehorend jongvee.
De grootste uitdaging van deze twee veetakken op één bedrijf is het voorkomen van ziekteverspreiding. De koeien zijn IBR en BVD-vrij. De kalveren - vrijwel altijd van Nederlandse melkveehouders - hebben een onbekende status. Om er voor te zorgen dat eventuele ziektes niet van de kalveren naar de koeien gaan, werkt hij met een hygiënesluis op zijn kalverbedrijf en wisselt hij consequent van overall en laarzen. Die werkwijze heeft resultaat: eventuele ziektes kan hij goed binnen zijn kalverstal houden.
Arbeid is uitdaging
Een andere uitdaging is de arbeidsbezetting op het bedrijf. Roséstartkalveren blijven ongeveer tien weken op het bedrijf. Daarna gaan ze naar een gespecialiseerd roséafmestbedrijf. De eerste zes weken van elke ronde zijn intensief. Jonge kalveren hebben veel verzorging nodig als het op de voeding en gezondheid aankomt. Na zes weken loopt alles soepel en wordt het werk minder. “Als het lekker loopt, gaan ze ook weer snel weg. Dan ben je met handelaren in de weer om de verkoop van de kalveren te regelen. Als melkveehouder ben je niet met zulke zaken bezig.”
Van winst leer je niets, van verlies wel
Het feit dat de verdiensten met roséstartkalveren sterk kunnen wisselen, neemt Twan voor lief. Winst maken op een koppel lukt niet altijd. Het is daarom belangrijk om technisch goed te draaien, weet hij. En als er bij een koppel geld bij moet, dan is dat zo: ”Van winst leer je niets, van verlies wel.” Vaak ziet hij dat na een financieel slechte ronde het tij keert en er een goede ronde volgt, want op de een of andere manier zit er volgens hem altijd een relatie tussen kosten en opbrengsten. “Boer zijn is soms moeilijk, maar eigenlijk ook niet. Je hebt geïnvesteerd en moet toch gewoon door.”
Gevoel van vrijheid
De moeilijkste periode was de coronatijd. Toen stortte de prijs volledig in en werden er grote verliezen geleden. Toch heeft Twan er nooit voor gekozen om zijn kalveren op contractbasis te houden voor een handelaar of integratie. Kalveren voor eigen rekening houden is een manier van werken die hem een groot gevoel van vrijheid geeft. Maar als echte melkveehouder mist hij wel het buiten werken, want dat maakt het houden van melkkoeien namelijk leuk.
De locatie waar Twan en zijn vader het bedrijf hebben (een beekdal langs de rivier De Dommel), kan er in de toekomst voor zorgen dat het bedrijf op een totaal andere leest geschoeid gaat worden. Het milieubeleid in Noord-Brabant dwingt hen namelijk om te investeren in luchtwassers. Maar dat is vooralsnog geen optie voor hen. Om aan de regels te ontsnappen, is een volledig grondgebonden bedrijfsvoering een optie. Dat kan als ze stoppen met de kalveren en alleen met melkvee doorgaan. “Het zou jammer zijn maar misschien wel de beste optie voor het gebied waarin wij zitten.”
Zuivelconcepten
Overschakelen naar een grondgebonden melkveebedrijf kan alleen uit als er ook zuivelconcepten zijn die de melk aan de juiste prijs waarderen, stelt Twan. Want de veranderingen en investeringen op het bedrijf blijven doorgaan, terwijl er aan de opbrengstenkant nauwelijks iets bij komt. “Er is veel druk vanuit beleid en ngo’s. Dus we zullen nog aanpassingen moeten doen op onze bedrijven.” Hij denkt daarbij aan allerlei dierenwelzijnszaken die in het convenant Dierwaardige veehouderij zijn afgesproken, waaronder de discussie kalf bij de koe en het langer aanhouden van jonge kalveren op het melkveebedrijf. “Maar als je goed je best doet, blijft er een goede toekomst.”
Lees ook
Meest gelezen
Agenda
-
Er zijn momenteel geen evenementen gepland

