Minister vraagt CDM om advies over langere uitrijdperiode
Minister Van Essen heeft de Commissie Deskundigen Meststoffenwet (CDM) gevraagd advies uit te brengen over een mogelijke verlenging van de uitrijdperiode voor dierlijke drijfmest op grasland. Aanleiding zijn de aanhoudende droogte en hoge temperaturen. LTO Nederland had de minister op 11 augustus om een verlenging gevraagd.
Volgens LTO is het uitrijden van mest op veel plaatsen momenteel landbouwkundig onverstandig. Door het gebrek aan neerslag staat de grasgroei stil en kunnen gewassen de toegediende nutriënten onvoldoende benutten. Tegelijkertijd nadert de huidige einddatum van 31 augustus, waardoor veehouders weinig ruimte hebben om te wachten op gunstigere omstandigheden.
Ongunstige omstandigheden
Een verlenging van de uitrijdperiode kan volgens LTO voorkomen dat ondernemers zich vanwege de kalender genoodzaakt zien mest onder ongunstige omstandigheden toe te dienen. Wanneer er voldoende neerslag valt en de grasgroei weer op gang komt, kan een langere uitrijdperiode bovendien bijdragen aan een betere benutting van nutriënten en het realiseren van een goede najaarssnede.
Landbouwkundige noodzaak
De minister bevestigde naar aanleiding van Kamervragen van Caroline van der Plas (BBB) dat advies wordt gevraagd aan de CDM. Het kabinet erkent dat weers- en bodemomstandigheden het uitrijden van dierlijke mest kunnen beperken. In uitzonderlijke situaties kan van de wettelijke uitrijdperiode worden afgeweken, mits daarvoor een landbouwkundige noodzaak bestaat en dit niet leidt tot nadelige milieueffecten.
Kabinetsbesluit na advies
LTO vraagt de CDM bij zijn beoordeling verschillende weersscenario's mee te nemen. De gevolgen voor gewasgroei, nutriëntenbenutting en waterkwaliteit zijn volgens de organisatie sterk afhankelijk van de hoeveelheid neerslag in de komende weken. Op basis van het CDM-advies moet het kabinet besluiten of de uitrijdperiode daadwerkelijk wordt verlengd.
Lees ook
Meest gelezen
Agenda
-
Er zijn momenteel geen evenementen gepland

