Elke+0%2C1+procent+verbetering+tikt+hard+door+in+rendement
Nieuws

Elke 0,1 procent verbetering tikt hard door in rendement

Vanwege de hoge nukaprijzen is het belangrijk dat starterbedrijven de uitval en het aandeel incourante kalveren laag houden. Elke 0,1 procent die kalverhouders kunnen winnen op deze kenmerken, tikt hard door in de portemonnee. 

De hoogte van een contract op starterbedrijven, of wat een kalverhouder zelf kan verdienen aan een koppel starters, hangt sterk af van het technisch resultaat. Zeker nu de prijzen van nuka’s hoog zijn.

Nuka’s zijn duur
Meest bepalend voor het rendement zijn het percentage uitval en het percentage incourante startkalveren bij afleveren. Voor duur aangekochte kalveren die sterven zijn voer en medicijnen aangekocht. En slecht gegroeide, incourante, kalveren brengen na tien weken weinig op. Zij gaan voor 100 tot 150 euro per stuk naar speciale afmeststallen. Daarmee brengen ze slechts een derde van het oorspronkelijke aankoopbedrag op. Elke 0,1 procent uitval en elke 0,1 procent incourante kalveren drukken zodoende zwaar op het rendement van het gehele koppel.
Met groei daarentegen wordt weinig rekening gehouden op starterbedrijven (zie kader). Enerzijds is groei sterk afhankelijk van het ras, anderzijds bepaalt de rondeduur in grote mate de gerealiseerde groei van startkalveren. Door een koppel een week langer te laten staan (bijvoorbeeld tien in plaats van negen weken) neemt de gemiddelde groei met gemiddeld 60 gram per dag toe. Daggroei hangt op starterbedrijven meer af van de rondeduur dan van de kwaliteit van de kalverhouder.

Te weinig oog voor resultaat
Volgens contractgevers houden accountants te weinig rekening met het technisch resultaat als ze de jaarcijfers bespreken bij kalverhouders die starterkalveren produceren. Ze vinden dat accountants te veel kijken naar de absolute hoogte van de contractvergoeding, en hoe die zich verhoudt tot andere bedrijven, dan hoe de kalverhouder technisch presteert.
Accountants geven aan dat de technische resultaten wel degelijk een onderdeel vormen van een gesprek met klanten. De hoogte van een vergoeding die een kalverhouder krijgt van zijn contractgever, ligt altijd genuanceerd. Sietze Bakker van Vallei Accountants Agri zegt hierover: “Bij alle typen kalverbedrijven, niet alleen starterbedrijven, zien we een spreiding van ruim dertig procent in de daadwerkelijk ontvangen contractvergoeding per bedrijfstype. Een deel van die spreiding vindt zijn oorsprong in het verschil in technische resultaten, maar ook contractduur en bedrijfsomvang spelen mee.”

Vergelijking praktijkcijfers
Hoe zwaar het percentage incourante kalveren doortikt in het technisch resultaat, blijkt uit het vergelijken van praktijkcijfers. Het percentage startkalveren dat niet geleverd kan worden ligt gemiddeld genomen tussen de 0 en 2 procent. Een bedrijf met duizend plaatsen voor startkalveren, dat jaarlijks 4,5 koppel aflevert, kan maximaal 4.500 startkalveren afleveren. Als 2 procent van de kalveren (90 stuks) verkocht wordt voor gemiddeld 125 euro in plaats van de huidige marktprijs van 630 euro, scheelt dat op jaarbasis ruim 45.000 euro aan opbrengsten.
Bij duizend kalverplaatsen staat elke 0,1 procent incourante kalveren daarmee voor 2.272 euro aan verminderde opbrengst op jaarbasis. Voor uitval kan eenzelfde berekening gemaakt worden. Uitval ligt gemiddeld genomen ook tussen de 0 en 2 procent. Uitgaande van aankoop kalf 375 euro en 175 euro aan voer- en gezondheidskosten (en een uitval die gemiddeld halfweg de opfok plaatsvindt) is het saldoverschil tussen 0 of 2 procent 41.625 euro per jaar bij duizend kalverplaatsen. Elke 0,1 procent uitval betekent op dit bedrijf op jaarbasis ruim 2.081 euro lager saldo.

'Verschil tussen beste en minste opfokker is 60 euro per kalverplaats'

Slechte stal altijd te duur
Er van uitgaande dat ook een goede kalverhouder altijd uitval en incourante kalveren heeft, kan in de praktijk het verschil tussen de beste en minste opfokker op jaarbasis oplopen tot 60.000 euro per duizend kalverplaatsen. Dit komt neer op 60 euro per kalverplaats. Volgens contractgevers zijn de technische prestaties daarom het belangrijkste bij het vaststellen van een voergeldvergoeding. Ze merken daarbij op dat een mindere stal feitelijk altijd te duur is.
De laatste jaren is het niveau van starterbedrijven wel flink omhoog gegaan. Veel van de mindere bedrijven hebben meegedaan met de opkoopregeling en mede vanwege dezelfde opkoopregeling is er onder contractgevers een grotere vraag ontstaan naar bedrijven met blanke kalveren. Daardoor is een deel van de starterbedrijven overgestapt op het houden van blanke kalveren op contract. De starterbedrijven die nu nog over zijn, worden gerund door ondernemers die zich hierin hebben gespecialiseerd, stellen contractgevers.


Groei tikt niet hard door in opbrengst

Per kilo boven de 100 kilogram levend gewicht, brengt een startkalf 1,50 euro extra per kalf. Dat is niet veel. De gemiddelde voerkosten per kilogram groei liggen ook op 1,50 euro. Feitelijk krijgen de starterbedrijven alleen een vergoeding voor de voerkosten voor elke extra kilo groei. Op starterbedrijven groeien kalveren gemiddeld grofweg tussen de 770 en 940 gram per dag. In het begin is dat 500 gram per dag en aan het eind groeien ze meer dan een kilo per dag. De groei is sterk afhankelijk van het ras en van de rondeduur. Als kalveren langere blijven staan, ligt de gemiddelde daggroei automatisch hoger.

Agenda

    Er zijn momenteel geen evenementen gepland

Meer agenda

De Stoppersregeling

Alle antwoorden op veel gestelde vragen

Klik hier

Stelling

Loading

Weer

  • Zaterdag
    28° / 20°
    20 %
  • Zondag
    28° / 16°
    5 %
  • Maandag
    32° / 17°
    15 %
Meer weer