Kalversector en Dierenbescherming tekenen convenant
Op vrijdag 12 juni heeft de kalversector het convenant ‘Stappen naar een Dierwaardige Veehouderij’ ondertekend en een plan van aanpak daartoe met de Dierenbescherming, overheid en andere partners. Hoewel veel doelen ambitieus zijn en met randvoorwaarden omgeven, is er tussen kalversector en Dierenbescherming voldoende vertrouwen om samen aan de slag te gaan. Een gesprek met Ellen Bien, directeur bij de Dierenbescherming, en Teus Kreuger, bestuurslid SBK en voorzitter van de LTO-vakgroep kalverhouderij.
Een gezegde luidt: een goede overeenkomst doet aan twee kanten pijn. Klopt dat in dit geval?
Kreuger: “Dit hebben we inderdaad meerdere keren tegen elkaar gezegd. Als dat niet het geval is, heb je geen goede overeenkomst.”
Wat staat er níet in het plan van aanpak, wat je er wel in had willen hebben?
Bien: “Het convenant is voor ons een startpunt. We consumeren in Nederland veel zuivel en dan weet je dat er ook veel kalveren geboren worden. Het liefst willen wij dat ze opgroeien bij de melkveehouder en eventueel na drie maanden overgaan naar een kalverhouder. Dit punt is niet opgenomen in het plan van aanpak. Ook willen we dat alle dieren meer ruimte krijgen en naar buiten kunnen. Hierin gaan we wel stappen maken, maar onze ambitie ligt hoger.”
En de kalversector: welke punten staan er in die je er eigenlijk niet in had willen hebben?
Kreuger: “Een heleboel punten staan we achter. Maar het belangrijkste is dat de markt er achter gaat staat. Dus dat de extra kosten ook door de markt vergoed worden. Het zou minder pijn doen als we de afspraken binnen de EU hadden kunnen regelen omdat de kalversector in een volledig internationale markt opereert. Van de andere kant laat de prijsvorming van afgelopen winter zien - met prijzen voor het blank kalfsvlees tot 8,30 euro per kilo - dat er ruimte in de markt is om investeringen op boerderijen te doen. Daar moeten we ons aan vasthouden.”
Een belangrijk onderdeel van het convenant is een stapsgewijze invoering van een uitloop op blankvleesbedrijven. Is er een markt voor zo’n concept?
Kreuger: “Daar zullen we achter komen. Samen met afnemers van kalfsvlees zullen we bekijken waar die ruimte ligt. Uiteindelijk moeten de extra kosten opgebracht worden door het eindproduct. Een randvoorwaarde hierbij is dat het lukt om op grote schaal weer vergunningen te krijgen voor uitbreiding van stallen. Het streven is om in 2040 voor ongeveer de helft van de kalveren een uitloop te realiseren, mits er een markt is en er voldoende vergunningen worden afgegeven.”
Binnen het convenant wordt gesproken over Dairy Veal: kalfsvlees waarbij niet langer gestuurd wordt op een lichte vleeskleur en waarbij melk en volop ruwvoer centraal staan.
Bien: “Andere voeding is een kans voor de kalversector. Het is niet duurder want je hoeft je niet te beperken tot bepaalde grondstoffen. Je kunt de voeders kiezen die goed zijn voor het kalf zodat hun weerstand en gezondheid optimaal zijn. Het is dus zowel voor de boeren als voor de dieren positief.”
Kreuger: “Binnen het concept Dairy Veal wordt de pool van grondstoffen waaruit je kunt kopen alleen maar groter. We hoeven ons niet meer te beperken tot grondstoffen met bijvoorbeeld een laag ijzergehalte. Nu worden bepaalde stoffen uit het rantsoen gehouden. Dat hoeft dan niet meer.”
Zijn er voldoende partijen aangesloten bij het convenant die verantwoordelijkheid kunnen nemen richting de afzet van nieuwe kalfsvleesconcepten?
Bien: “Binnen het hoofdconvenant zijn onder andere het CBL, Centraal Bureau voor Levensmiddelenhandel, en de FNLI, Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie, aangesloten. We hebben ook Horeca Nederland gevraagd deel te nemen aan het convenant. Kalfsvlees wordt in Nederland veelal buiten de deur gegeten, binnen de foodservice. Horeca Nederland is dus een interessante partij. Door samen met deze partijen en de sector aan de slag te gaan, kan er meer kalfsvlees op de thuismarkt afgezet worden.”
Kreuger: “Dat er mogelijkheden zijn, zien we in de pluimveesector. 1-ster Beter Leven is daar de basis. Met kalfsvlees zouden we ook zoiets kunnen opzetten.”
Bien: “‘Op dit moment is de Hb-eis van het Beter Leven keurmerk nog een belemmering voor veel kalverhouders. Met de ontwikkeling van Dairy Veal kán deze belemmering worden opgelost.”
Wat wordt de rol van de autoriteit Dierwaardige Veehouderij binnen het convenant?
Kreuger: “Deze autoriteit monitort welke stappen veehouderij, marktpartijen en overheid zetten richting een dierwaardige houderij, Ze toetst of de juiste inspanningen zijn geleverd en of de doelen van het convenant gehaald kunnen worden.”
Bien: “Binnen het convenant zullen zeven werkplaatsen actief zijn waar onderzoeken uitgevoerd worden die staan beschreven in het plan van aanpak. Naast de vier veesectoren (red. melkvee, varkens, pluimvee en kalveren) is er een werkgroep markt&keten, een werkgroep overheid en een werkgroep natuurlijke systemen. Binnen de werkplaats overheid wordt gewerkt aan bijvoorbeeld vergunningverlening. Binnen de werkplaats markt&keten wordt gewerkt aan de introductie van dierwaardige producten. Alle partijen die deelnemen aan het convenant hebben zitting in een werkplaats. De autoriteit toetst daarbij of er gewerkt wordt aan de doelen die zijn afgesproken.”
Kreuger: “De doelen moeten wel haalbaar en betaalbaar zijn.”
Vanuit kalverhouders klinkt vooral de zorg ‘wanneer is het genoeg’. Wordt er met het plan van aanpak rust gecreëerd voor veehouders?
Bien: “In het plan richten we ons bewust op de wijze waarop dieren gehouden worden. Daarnaast loopt er natuurlijk nog het stikstofbeleid. Dat blijft spannend.”
Kreuger: “Het kabinet wil het convenant Dierwaardige veehouderij integraal inbedden in het stikstofplan. Dus geen regels optuigen om de ammoniakuitstoot te verminderen en pas later de eisen van het convenant meenemen. Dit wordt nu in één keer meegenomen.”
Het proces voor het convenant loopt al sinds 2022. Hoe kijken jullie hierop terug?
Bien: “Ik ben sinds 2,5 jaar actief bij de Dierenbescherming, dus heb niet alles meegemaakt. Ik weet wel dat het makkelijker werkt als je elkaar kent. Met andere sectoren werken we al langer samen en dan vind je elkaar sneller. Bij de kalversector heeft dat even geduurd.”
Kreuger: “We hebben in elkaar geïnvesteerd zodat we elkaar beter hebben leren kennen. Hiermee is een basis van vertrouwen ontstaan.”
Bien: “In ieder geval voldoende vertrouwen om met elkaar afspraken te maken en te ondertekenen. ‘The proof of the pudding is in the eating’: de praktijk zal het leren.”
Lees hier het volledige stappenplan van de aanpak
Lees ook
Meest gelezen
Agenda
-
Er zijn momenteel geen evenementen gepland


