‘Kalverhouders denken al gauw dat een melkveehouder niet goed op de kalveren past’
Gerjanne Vlastuin–Van Ginkel (25) uit Bennekom (Gld) heeft melkkoeien én vleeskalveren. Ze geniet van de afwisseling tussen deze veetakken. Het levert ook uitdagingen op, zoals de ziektestatus op het bedrijf en de arbeidsdruk tijdens piekmomenten. Ook raakt ze wel eens in discussie met collega-kalverhouders. “Ze denken soms al gauw dat een melkveehouder niet goed op de kalveren passen, maar ik weet beter.”
Op dit moment staan de stallen met vleeskalveren leeg. Ze hebben deze ronde niet lang gestaan, iets dat Gerjanne jammer vindt. “We krijgen altijd lichtste categorie kalveren. Als ze eenmaal de gang te pakken hebben, zie ik ze graag nog wat verder groeien.” Voorheen waren de kalveren lichter dan 40 kilo; nu met de oudere Duitse kalveren, wegen ze 43 kilo. De 28-dagenregeling die in Duitsland al tweeënhalf jaar geldt, heeft voor veranderingen gezorgd. “We hebben moeten leren om deze oudere kalveren harder te voeren. Ze kunnen meer voeding aan, maar de verschillen zijn heel groot, vooral in de opname van ruwvoer.”
De keuze voor Duitse kalveren heeft de familie bewust gemaakt: de melkveehouderij in Duitsland is IBR-, BVD- en salmonellavrij. Dat vindt Gerjanne belangrijk, omdat hun melkveetak zich op hetzelfde erf bevindt. “In Nederland kunnen we leren van de ziektevrije statussen in de landen om ons heen.”
Robot moet arbeidspiek verminderen
De ouders van Gerjanne voeren de 850 kalveren twee keer per dag. Gerjanne helpt bij het sorteren, bloedprikken en opstarten en lossen van de kalveren. Daarnaast helpt haar man Elwin mee met de piekmomenten in beide sectoren. Omdat Gerjanne in de toekomst zelf wil gaan voeren, kijkt ze samen met haar man en ouders naar een melkrobot voor de tachtig melkkoeien. “De voertijden zijn nu gelijk met het melken, dat is een nadeel van deze twee takken. We zijn volop aan het oriënteren en twijfelen nog tussen twee merken,” zegt ze. Een nadeel is wel dat de koeien dan niet meer geweid kunnen worden, omdat de veertig hectare die ze gebruiken aan de overkant van de weg ligt.
Regelgeving komende jaren uitdagend
Zes jaar geleden stond ze met veel andere collega’s op het Malieveld. Sinds die tijd is er niets veranderd, alleen de onzekerheid is groter geworden. Gerjanne voorziet dat de regelgeving de komende jaren uitdagend wordt. Tegelijkertijd verwacht ze dat veel boeren zullen stoppen vanwege hun leeftijd en gebrek aan opvolging. “Voedselzekerheid gaat een probleem worden. Nederland ziet dit niet.” Ze geeft een voorbeeld. “Ons land ligt pal naast beschermde natuur. Een deel van die natuur is pas in 2019 aangelegd. In datzelfde jaar hebben wij een kalverstal bijgebouwd. Toch kiest men voor nieuwe natuur op die plek.”
Gelukkig krijgt alle negativiteit geen vat op haar. “Boeren is het allermooiste wat er is, ik geniet elke dag.” Ze accepteert de nieuwe regelgeving als onderdeel van het vak. “Toen we van kistkalveren naar groepshuisvesting gingen, zagen we daar ook tegenop.” Over het transport van kalveren hoopt ze dat er naar meer regionale import wordt gekeken, waarbij Duitsland en België worden meegenomen. “Dat zijn normale afstanden, zeker gezien hoe klein Nederland is.”
Ondanks de drukte thuis bezoekt Gerjanne graag studiebijeenkomsten. Ze is lid van een boerinnengroep met kalverhoudsters die regelmatig samenkomen. Onlangs was de groep bij haar op het bedrijf. Het Calf Expertise Centrum gaf daar een presentatie over speenbakken. “Bij de opfok van mijn vaarskalveren gebruik ik al jaren speenbakken. In de kalverhouderij zie je ze nu steeds meer. Zuigen via de speen wordt wellicht ook via regelgeving verplicht. Een aantal kalverhoudsters had nog nooit een speenbak gezien, dus ik had op die bijeenkomst de mijne erbij gehaald.”
Ook kreeg ze van haar collega-kalverhouders een opmerking over het gebruik van kalverdekken. “Men vroeg zich af of dat niet juist een te grote overgang was voor het kalf wat betreft warmte. Ik moet daar wel om lachen: ik wil gewoon het beste voor het kalf dat hier op het erf staat. Daar ben ik verantwoordelijk voor.”
Tijdig beginnen met ruwvoer en water
Aan kalverhouders wil Gerjanne meegeven dat een melkveehouder er lang niet altijd iets aan kan doen als een kalf ziek binnenkomt of diarree heeft. “Kalverhouders denken al gauw dat een melkveehouder niet goed oppast. Vooral crypto is een veelvoorkomende diarreeverwekker die lastig weg te krijgen is.”
Melkveehouders adviseert ze om tijdig te beginnen met het aanbieden van ruwvoer en water. “Na een week nemen veel kalveren al een hapje ruwvoer. Ze weten dan ook allemaal wat het is.” Tijdens haar stage in Denemarken viel het haar op dat kalveren daar vanaf dag één verplicht ruwvoer krijgen. “Deense kalveren staan bekend als goede ruwvoervreters. Dat geeft een duidelijk verband en maakt de opstart in de vleeskalverhouderij veel makkelijker.”
Kalveren die de eerste dagen sloom zijn, geeft ze een spuitje met een ijzerpreparaat. “In de kalverhouderij doen we dat bij bijna alle kalveren in de eerste weken om de weerstand te verhogen.” Ook benadrukt ze het belang van de kalversector: “We moeten blij zijn dat er een kalversector is. In de geitenhouderij is dat een heel ander verhaal.”
Gerjanne zou graag zien dat de gegevens van kalveren in de vleeskalverhouderij worden teruggekoppeld naar de melkveehouder. Bij sommige integraties gebeurt dit al. “Ik zou willen dat goede kalveren met terugwerkende kracht extra beloond worden. Dat helpt bij bewustwording en verkleint de kloof tussen beide sectoren.
Lees ook
Meest gelezen
Agenda
-
Er zijn momenteel geen evenementen gepland



