Antibioticaresten in mest beïnvloeden bodemleven
Resten van diergeneeskundige antibiotica die via mest op landbouwgrond terechtkomen, kunnen invloed hebben op het bodemleven en de stikstofkringloop. Dat blijkt uit promotieonderzoek van Zhongchen Yang aan Wageningen University & Research (WUR).
Diergeneeskundige antibiotica zijn ontwikkeld om bacteriën te remmen of te doden in het lichaam van dieren maar kunnen daardoor mogelijk ook invloed hebben op bacteriën die van nature in landbouwgrond voorkomen. Yang onderzocht wat er gebeurt met antibioticaresten nadat mest op landbouwgrond wordt uitgereden. Een deel van de antibiotica die aan dieren worden toegediend, kan via urine en mest worden uitgescheiden.
Pottenproef met gras en klaver
Uit het onderzoek van Yang blijkt dat dit effect niet eenvoudig te voorspellen is. De gevolgen zijn afhankelijk van het soort antibioticum, maar ook van eigenschappen van grondsoort en gewas. In een van de onderzoeken vergeleek Yang mest zonder antibiotica met mest die resten van oxytetracycline of sulfadiazine bevatte. Deze mest werd gebruikt in een pottenproef onder kunstmatige omstandigheden met Engels raaigras, klaver, een combinatie van gras en klaver en grond zonder gewas.
Verandering stikstofkringloop
Daaruit bleek dat oxytetracycline de samenstelling van de microben die betrokken zijn bij de stikstofkringloop kan veranderen. Zo nam de relatieve aanwezigheid van bepaalde ammoniak-oxiderende micro-organismen toe. Bij sulfadiazine werd dit effect niet gevonden. Opvallend is dat de onderzoekers geen significant effect vonden op de hoeveelheid minerale stikstof in de bodem en de uitstoot van lachgas. Ook de stikstofbinding door klaver werd niet significant beïnvloed. De resultaten betekenen daardoor niet dat antibioticaresten automatisch leiden tot een slechter functionerende stikstofkringloop. Ze laten wel zien dat sommige groepen bodemmicro-organismen gevoeliger zijn voor antibioticaresten dan andere.
Klaver gevoeliger dan gras
Een duidelijker effect werd gevonden bij de planten zelf. Klaver reageerde sterker op de aanwezigheid van antibioticaresten dan Engels raaigras. Zowel oxytetracycline als sulfadiazine verminderde in de proef de wortelbiomassa van klaver. Ook de totale hoeveelheid stikstof in de wortels nam af. Ondanks de kleinere wortelmassa bleef het vermogen van klaver om stikstof uit de lucht te binden in deze proef overeind. Bij het gras werden deze effecten niet gevonden. Volgens de onderzoekers wijst dit erop dat plantensoorten verschillend kunnen reageren op antibioticaresten in de bodem.
Grondsoort speelt rol
In een tweede onderzoek keek Yang naar de invloed van de grondsoort. Ook daaruit blijkt dat niet ieder antibioticum zich in iedere bodem hetzelfde gedraagt. De mate waarin een antibioticum zich aan bodemdeeltjes bindt, bepaalt mede hoeveel ervan beschikbaar blijft voor micro-organismen. Volgens het onderzoek moeten zowel de eigenschappen van het antibioticum als die van de bodem worden meegenomen om de gevolgen te kunnen voorspellen.
Geen eenvoudige relatie
Het promotieonderzoek laat daarmee vooral zien hoe complex de relatie tussen diergeneeskundige antibiotica, mest en landbouwgrond is. Antibioticaresten kunnen bepaalde processen tijdelijk remmen, terwijl ze bij andere groepen micro-organismen juist tot een toename kunnen leiden. Yang concludeert daarom dat het lastig is om één algemeen effect van antibioticaresten op landbouwgrond te benoemen.
Lees ook
Meest gelezen
Agenda
-
Er zijn momenteel geen evenementen gepland
