Kalf pas op transport na vinkje ‘fit to travel’
Er moet een omslag in denken plaatsvinden om de kalverhouderij te verduurzamen, stellen Frank Mandersloot (vicevoorzitter VVK) en Helma Lodders (voorzitter Vee&Logistiek Nederland). Niet de regels, maar het kalf moet centraal staan.
Het lijkt logisch: wil je het kalf een nog beter leven geven, kijk dan naar dat kalf en bepaal wat er aan zijn situatie verbeterd kan worden. Maar zo simpel zit de wereld niet in elkaar, constateert Helma Lodders. “Vanuit de politiek worden maatschappelijke wensen centraal gesteld. Die komen niet altijd overeen met wat goed is voor het dier.” Als voorbeeld noemt ze de minimale transportleeftijd van het kalf. Die is nu veertien dagen na geboorte. Duitsland is in 2023 overgestapt op 28 dagen en ook in Nederland zijn geluiden te horen om dit in te voeren.
“Maar als je in de materie duikt, zie je dat dit niet één-op-één opgaat”, stelt Lodders. Het antibioticagebruik van Duitse kalveren in de kalverhouderij is niet afgenomen na de maatregel van de Duitse overheid. Sterker, omdat de dieren zwaarder zijn als ze op een kalverhouderij arriveren, is per behandeling juist meer antibiotica nodig. De oorzaak: de weerstand die het kalf van de moeder heeft meegekregen, is op 28 dagen weg, terwijl het dier net weerstand aan het opbouwen is tegen ziektes op het melkveebedrijf, waarna het dier verplaatst wordt na een kalverhouderij en opnieuw weerstand moet opbouwen tegen andere ziektekiemen. “Dat is niet handig.”
Kalf centraal zetten
Mandersloot onderschrijft dit: “Wat is leeftijd, of gewicht? We kunnen beter kijken naar het kalf. Pas als het kalf ‘fit to travel’, is zou je het willen verplaatsen.” Het maakt hem niet uit of het kalf 35, 45 of 55 kilo weegt, als het kalf maar levendig en gezond is. De vicevoorzitter van de Vereniging van Kalverhouders (VVK) zou zelfs nog een stapje verder willen gaan. “Fit to travel betekent voor mij ook in hoeverre de melkveehouder het kalf in de overgang heeft gezet naar het kalverbedrijf. Bijvoorbeeld door het dier het voer aan te bieden dat het krijgt op het kalverbedrijf. “Je zet dan echt het kalf centraal in plaats van je eigen manier van werken.”
Lodders vindt ‘fit to travel’ een mooie term en een goede kapstok om de toekomstige werkwijze tussen melkveehouderij en kalverhouderij aan op te hangen. Voor haar eigen leden ziet ze een rol weggelegd als kwaliteitsbewaker. “Een veehandelaar is een belangrijke erfbetreder. Hij komt vaak op het bedrijf, kent de boer en weet wat er speelt. Door het gesprek aan te gaan, kan de handelaar meehelpen om de kwaliteit van de kalveren op een hoger plan te brengen.” Naast overleg, hoort ook uitwisseling van kennis en informatie bij een nieuwe werkwijze, vindt Mandersloot. “Als iedereen de toegevoegde waarde daarvan inziet, komt het vanzelf goed.” Lodders vult aan dat er inmiddels constructief overleg plaatsvindt tussen de kalverhouderij, melkveehouderij en handel.
Werkwijze zelf vormgeven
Volgens Lodders moeten melkveehouder, handel/transport en kalverhouderij de nieuwe manier van werken zelf vormgeven en daarbij de overheid zoveel mogelijk op afstand houden. Want kennis van de dagelijkse praktijk is volgens haar in Den Haag onvoldoende aanwezig. “Natuurlijk heeft de overheid een rol bij de grote kaders, zoals bijvoorbeeld het uitbannen van BVD en het stellen van doelvoorschriften. Maar laat de aanvoer van jonge kalveren naar de kalverhouderij vooral aan de sectoren over.”
Mandersloot wijst naar het kalverpaspoort van de faculteit diergeneeskunde, de winnaar van ideeënwedstrijd KALF-IDEE, die onlangs gehouden is. Met een gezondheidspaspoort is het mogelijk voorafgaand aan de aanvoer op het kalverbedrijf dieren te selecteren op gezondheid, weerstand en ziekteprofiel. Bij de opzet op het kalverbedrijf, kan hiermee rekening gehouden worden, bijvoorbeeld door kalveren met een bepaalde gezondheidsstatus bij elkaar te houden in een afdeling of stal. Ook dit kan volgens Mandersloot onderdeel uitmaken van een ‘fit to travel’-werkwijze.
Verantwoordelijkheid nemen
Uiteindelijk draait het volgens Lodders en Mandersloot om verantwoordelijkheid nemen en het stimuleren van boeren om de kwaliteit van de jonge kalveren zo hoog mogelijk te laten zijn. Er zit nu een perverse prikkel in bijvoorbeeld KalfOK zodat een veehouder wordt ‘gestraft’ als kalversterfte te hoog is. Daarmee worden soms kalveren geleverd die niet fit zijn om te reizen. Lodders: “Dat is een mismatch in het kwaliteitssysteem.”
Mandersloot stelt voor om de gedachte juist om te draaien: “Misschien moeten we uitgaan van een minimale afvoerleeftijd van bijvoorbeeld veertien dagen, mits het kalf gezond is en voldoet aan de voorwaarden van ‘fit to travel’. Een kalf wat iets mankeert, blijft staan. Zo worden inspanningen van een melkveehouder beloond.” Lodders: “Als we het kalf centraal stellen, helpt het inderdaad niet om te kijken naar getallen zoals leeftijd of gewicht. We moeten er minder over praten en gewoon gaan doen; het kalf centraal stellen.”
Lees ook
Meest gelezen
Agenda
-
Er zijn momenteel geen evenementen gepland



