\n Zweden\n
\n Vleesclub op bezoek bij Nederlandse vakbroeders
\n Zweden kijken ogen uit in Nederland\n
\n Een groep van twintig Zweedse vleesveehouders heeft\n begin mei een bezoek gebracht aan een aantal Nederlandse\n vakbroeders. ?De Zweden keken hun ogen uit. Want Nederland is\n op verschillende terreinen veel verder??, zegt Roel Klinkhamer,\n organisator van de excursie.\n
\n Aan de keukentafel bij rosékalverhouder Hans Luijerink in\n Overdinkel vraagt Torbjörn Geijstedt, voorzitter van de Zweedse\n vleesclub östra Svealands köttklubb, nog eens naar het\n voerrantsoen van Luijerink. ?Wacht maar even, dan maak ik\n kopieën die jullie mee kunnen nemen??, zegt Hans terwijl hij al\n onderweg is naar zijn kantoor.
\n De Zweden drinken tevreden hun koffie. Het bedrijfsbezoek bij\n Luijerink is geslaagd. Evenals de andere bezoeken, bij\n witvleeskalverhouder Chris de Jong in Lunteren en zoogkoehouder\n Jos Bolk in Aerdt. ?s Middags staat nog een bezoek bij\n vleesveehouder Christiaan Lenferink in Fleringen op de agenda.\n De leden van de Zweedse vleesclub hebben heel wat nieuwtjes\n gezien. Soms zijn de Zweden nog het meest onder de indruk van\n kleine dingen die voor Nederlanders heel gewoon zijn. ?Jullie\n mogen de mest onder de stallen opslaan. Bij ons moet dat in\n aparte silo?s buiten de stal??, zegt een jonge Zweedse\n ondernemer die samen met zijn vader is gekomen .\n
\n Heel geïnteresseerd
Voor Luijerink is het\n niet de eerste keer dat hij een groep ontvangt op zijn bedrijf\n in Overdinkel, vlak bij Enschede. ?De Zweden zijn heel\n geïnteresseerd??, zegt hij. ?Maar ze vragen ook heel erg\n door??, vult Hans? echtgenote Marloes aan. ?Ze willen dat je op\n sommige dingen heel diep ingaat.??
\n De excursie is een initiatief van Roel Klinkhamer. Klinkhamer\n vertrok vijf jaar geleden met zijn Zweedse vrouw naar Enköping\n in het midden van Zweden. Na zijn baan als keuringsassistent\n bij een slachterij te hebben opgezegd, begon Klinkhamer voor\n zichzelf. Hij startte een bureau dat studiereizen organiseert.\n Deze excursie naar Nederland is zijn eerste reis. Het programma\n heeft hij samengesteld met de LTO-vakgroep\n Kalverhouderij.
\n Volgens de deelnemers van de excursie zijn er veel verschillen\n tussen de kalverhouderij in Nederland en Zweden. De Zweedse\n kalverhouderij is bijvoorbeeld veel extensiever. ?Zweden telt\n ongeveer 400. 000 melkkoeien en 250.000 zoogkoeien??, vertelt\n Geijstedt. ?Wij krijgen daarvan de kalfjes. Maar het aantal\n melkkoeien daalt, dus ook het aanbod van kalfjes.??
\n Nederland exporteert het merendeel van het vlees naar markten\n als Italië, Duitsland en Frankrijk. Volgens voorlopige gegevens\n van het Centraal Bureau voor de Statistiek gaat het om 188.000\n ton kalfsvlees in 2005.\n
\n Te klein voor export
Het Zweedse\n kalfsvlees blijft hoofdzakelijk in eigen land. In 2005 heeft\n Zweden 4.620.000 kg kalfsvlees geproduceerd. Het gemiddelde\n bedrijf is ongeveer 250 plaatsen groot. ?De sector is veel te\n klein voor export. En groei is niet mogelijk vanwege de\n sanitaire maatregelen die gelden voor import van levend vee\n naar Zweden??, stelt Geijstedt.
\n Als ander voorbeeld van het strenge regime noemt hij de\n maatregelen voor de excursieleden. Pas 48 uur na een bezoek aan\n een ander veebedrijf mogen ze weer in contact komen met het vee\n op hun eigen bedrijf.\n
\n Bijbaan
\n Daarnaast zijn de bedrijven gemiddeld genomen veel kleiner. ?In\n de groep zit één veehouder die 700 plaatsen heeft. Hij wordt\n gezien als een echt grote ondernemer. Veel vleesveehouders zijn\n veel kleiner en hebben er ook nog een andere baan bij.\n Bijvoorbeeld als schilder of politieagent??, weet\n Klinkhamer.
\n Ook de klimatologische omstandigheden dragen bij aan de\n verschillen tussen de Nederlandse en Zweedse vleesveehouderij.\n Zo baren de Nederlandse erven opzien. ?Ze zijn helemaal\n verhard??, zegt Klinkhamer. ?Daar zijn de Zweden echt jaloers\n op. Dat kennen ze helemaal niet. Vanwege de\n temperatuursverschillen in winter en zomer is het bijna\n onmogelijk om het erf wel te verharden.??
\n Maar ook in het rantsoen werkt het verschil in klimaat door. Er\n is dan ook erg veel aandacht voor de Nederlandse samenstelling.\n ?In de regio waar wij vandaan komen, kan geen maïs worden\n verbouwd en ook geen soja. Daarvoor is het te koud??, verklaart\n Klinkha mer. ?Hooi en granen zijn er wel, zodat de kalveren hun\n dieet veel meer met deze producten zien aangevuld. Het voeren\n van restproducten, zoals Luijerink doet met aardappelpuree,\n kennen we in Zweden ook niet.??\n
\n Meer ruimte
Er zijn ook positieve\n verschillen in vergelijking met Nederland. Die gaan dan vooral\n over de ruimte. Doordat er in Zweden veel meer ruimte is dan in\n Nederland, kent het land geen mestprobleem. Sommige ondernemers\n hebben zelf heel veel land. En anders kunnen ze de mest\n gemakkelijk kwijt bij hun buren. Maar voor de behandeling van\n dierziekten kun je weer beter in Nederland zitten, omdat er\n hier veel meer mogelijkheden zijn. ?In Zweden is men veel\n strenger met antibiotica. Alleen zieke kalveren mogen daarmee\n worden behandeld. Het gaat dus alleen om individuele\n gevallen??, benadrukt Torbjörn Geijstedt.
\n Toch kunnen Nederlanders ook wat van de Zweden leren, denkt\n Hans Luijerink. ?Ik hoorde van de groep dat er een project is\n waarbij drie ondernemers zorgen dat er wekelijks zeventig\n kalveren worden geleverd aan een verwerker. Dat is natuurlijk\n een heel mooi concept. Dat je elke week een vaste hoeveelheid\n van dezelfde kwaliteit kunt leveren is een heel positief p unt.\n Daar zouden we hier ook eens over kunnen nadenken??, vindt\n Luijerink.\n
\n Niet klagen
\n Hans heeft ook op gebied van de definitiekwestie rosékalfsvlees\n positieve geluiden gehoord van de Zweedse groep. ?De parochie\n wordt alsmaar groter??, lacht Luijerink. Hij heeft gehoord dat\n ook de Zweden en de Denen voor het behoud van de naam\n rosékalfsvlees zijn. Daarmee kan de lobby in Brussel worden\n versterkt, denkt hij. ?Dat is toch weer mooi om te weten. Dat\n is voor mij een motivatie om mijn bedrijf voor groepen open te\n stellen. Je kunt wel denken dat het te veel tijd kost, maar je\n steekt er ook wat van op. Veel kalverhouders komen niet verder\n dan hun eigen stal. Die ondernemers denken dat het bij ons\n slecht is. Maar als je verhalen uit andere landen hoort, dan\n valt dat allemaal best mee. Dan hoeven we nog niet zo hard te\n klagen??, besluit Luijerink.\n
\n
\n Hans Luijerink vertelt over zijn bedrijf ( 0001)
\n
Meest gelezen
Agenda
-
Er zijn momenteel geen evenementen gepland



