Zorgen over onnodige afkeuring kalverkarkassen
Vanuit de kalversector klinken zorgen over onnodige afkeuringen van volledige kalverkarkassen. Ook verschillen in beoordeling tussen slachterijen baren de sector zorgen.
Een van de voorbeelden die genoemd wordt, is littekenweefsel op longen van een ontsteking die volledig genezen is. Een kalf kan eerder in zijn leven een longontsteking hebben doorgemaakt en daarvan volledig zijn hersteld. Bij het slachten kunnen daarvan nog afwijkingen zichtbaar zijn. Het komt voor dat dergelijk littekenweefsel als longafwijking of longontsteking wordt geregistreerd en meeweegt in de totale beoordeling van het karkas, terwijl de aandoening feitelijk genezen is.
Te weinig onderscheid
Het onderscheid tussen een aangetaste long en een gezonde long met een oud litteken, is relevant wanneer meerdere bevindingen samen aanleiding vormen voor een volledige afkeuring. Wanneer er minimaal twee afwijkingen worden geconstateerd, kan de dienstdoende dierenarts overgaan tot afkeuring van het karkas voor menselijke consumptie. De vraag die vanuit de kalversector wordt gesteld, is in hoeverre voldoende onderscheid wordt gemaakt tussen een actieve aandoening en restverschijnselen van een eerder doorgemaakte ziekte.
Deelafkeuring en onderzoek
Sommige combinaties van afwijkingen kunnen wijzen op een infectie die zich door het lichaam heeft verspreid. Bijvoorbeeld endocarditis, een ontsteking aan het hart, in combinatie met bijvoorbeeld puntbloedingen op de nieren (nierpetechiën). Dit kan leiden tot een volledige afkeuring die vanuit voedselveiligheid noodzakelijk is. Maar wanneer bijvoorbeeld alleen een orgaan of karkasdeel is aangetast, en er geen aanwijzingen zijn voor een systemische infectie, zou een deelafkeuring kunnen volstaan. De rest van het karkas is immers geschikt voor consumptie.
Wat meespeelt in de afkeuring van karkassen is de gewijzigde regelgeving rondom bacteriologisch onderzoek. Waar vroeger het uitvoeren van zo’n onderzoek bij twijfelgevallen gemeengoed was, staan regels tegenwoordig deze mogelijkheid niet meer toe. Daarmee is er een mogelijkheid verdwenen om meer zekerheid te krijgen of een karkas geschikt is voor humane consumptie of dat afkeuring noodzakelijk is.
Keuzes gemaakt uit voorzorg
De algehele gedachte in de kalversector is dat keurmeesters en de NVWA-dierenarts bij twijfel al snel voor volledige afkeuring kiezen. Gezien het economische belang (vlees is de laatste jaren veel duurder geworden) zou in dergelijke situaties bacteriologisch onderzoek vaker ingezet moeten worden. Het uitgangspunt blijft daarbij dat een karkas alleen voor humane consumptie beschikbaar mag komen wanneer de voedselveiligheid is gewaarborgd.
Volledige afkeuring is ook vanuit duurzaamheidsoverwegingen een thema. Een afgekeurd karkas levert immers geen vlees voor humane consumptie op, terwijl gedurende de hele productieronde voer, water, energie en arbeid in het dier zijn geïnvesteerd. Dit druist in tegen de waarde en normen in onze samenleving over efficiënt gebruik van grondstoffen. Het tegengaan van voedselverspilling is daarom een belangrijke reden om nadrukkelijker te onderzoeken of een karkas geschikt is voor consumptie.
Transparantie kan beter
De kalversector zou daarbij ook meer inzicht willen in de percentages volledige afkeuring per slachterij, de ontwikkeling van het aantal volledige en gedeeltelijke afkeuringen en de belangrijkste redenen waarom karkassen volledig of gedeeltelijk afgekeurd worden. Daarnaast zou de mogelijkheid tot het uitvoeren van een bacteriologisch onderzoek weer vaker ingezet moeten kunnen worden. Indien het verantwoord is zou dan vaker alleen het aangetaste deel afgekeurd kunnen worden.
Ook voor een individuele kalverhouder is het belangrijk om te weten waarom een dier is afgekeurd. Door afkeuringen te registreren en samen met de eigen dierenarts te analyseren, kunnen patronen zichtbaar worden en waar mogelijk maatregelen op bedrijfsniveau genomen worden om het aandeel afkeuringen naar beneden te brengen. Denk bijvoorbeeld aan het terugdringen van leverabcessen en longproblemen en het voorkomen van gewrichtsontstekingen.
Uniformiteit borgen
Daarnaast zou meer aandacht gegeven moeten worden aan de uniformiteit van beoordelen tussen keurmeesters en dierenartsen. Volgens signalen uit de praktijk bestaan er verschillen tussen keuringslocaties. De wijze waarop de beoordelingen in een slachterij plaatsvinden, heeft consequenties voor de uitkomst van het aantal afkeuringen. Daarbij wordt gewezen op de beoordelingsstrategie aan de slachtlijn en de ruimte voor eigen interpretatie bij de beoordeling. Dit zou beter en uniformer geborgd kunnen worden.
In Nederland ligt aantal afkeuringen 15 keer hoger dan in België
Gemiddeld ligt het aantal afkeuringen in de kalversector rond de 0,5 procent voor blankvleeskalveren en rond 1,5 procent voor rosé- en rundvee. In het buitenland liggen deze percentages veel lager. In België is het aantal karkassen dat wordt afgekeurd bij zowel kalveren als runderen 0,1 procent (peiljaar 2023). Een factor 15 lager dan in Nederland! In Duitsland ligt het aantal afgekeurde karkassen voor kalveren op 0,24 procent (peiljaar 2025). Nederlandse handelaren onderschrijven dit verschil. Koppels Nederlandse kalveren die in België of Duitsland worden geslacht hebben nauwelijks te maken met afkeuringen terwijl er in Nederland bij vrijwel elke levering enkele karkassen worden afgekeurd.
Lees het volledige artikel over dit onderwerp in De Kalverhouder die zaterdag 10 oktober verschijnt.
Lees ook
Meest gelezen
Agenda
-
Er zijn momenteel geen evenementen gepland
