Gewoon doen
Onlangs las ik een bericht in de krant dat de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) een rapport gepubliceerd heeft over de risico’s die er kleven aan het contact met wol. Schapen zouden via de wol bacteriële en virale infecties over kunnen dragen op de mens. Een aantal bacteriën kan mensen via stofdeeltjes in de lucht infecteren. Vooral tijdens scheren en slachten van schapen kan dat gebeuren. De Partij voor de Dieren heeft Kamervragen gesteld over dit onderwerp. Ze wil schaapscheerdersfeesten aflasten en bezoekers van kinderboerderijen verplicht waarschuwen.
Ik krijg werkelijk kippenvel als ik zo’n bericht lees. Hoe pietepeuterig kunnen de onderwerpen zijn die in Den Haag besproken worden. Nu hoop ik maar dat deze partij de vragen stelt met alle oprechte bedoelingen. Maar ik kan me er niet aan onttrekken dat alle acties gericht zijn op het stigmatieren van het houden van dieren als gebruiksdier. En dat is toch vreemd. Dieren en mensen leven al eeuwen in symbiose met elkaar. Als ik wetenschappers moet geloven al minimaal 14.000 jaar.
De mens voedt het dier, het dier voedt de mens. Voor boeren zoals wij - die zijn opgevoed met dieren - is dat niet vreemd. Wij kijken er veel vreemder van op als een stelletje grachtengordel proleten vragen stelt bij bijna elke relatie tussen mens en dier. Toch zet mij het eerder genoemde krantenbericht aan het denken. Er zitten voor mij twee kanten aan: 1- onderzoekers kunnen steeds meer aantonen en zullen dat in de toekomst blijven doen: zaken die we nu als gewoon ervaren kunnen door onderzoekers in een totaal ander daglicht gezet worden. En 2- er zijn daarbij tegenwoordig partijen en instanties die daar direct hun (politiek) voordeel mee willen halen.
Zoiets als de schapenhouderij overkomt kan de vleeskalverhouderij ook overkomen. Sterker nog, als je het krantenbericht leest, voel je op je klompen aan dat de kalverhouderij ook een keer aan de beurt komt. Belangrijk is dan dat we een sterk imago hebben. Want hoe sterker het imago hoe minder invloed een negatieve boodschap op de sector heeft. Ik zou daarom graag structureel meer actie willen zien van de kalfsvleessector als het gaat om het verbeteren van het imago. Want zo heel rooskleurig staan we er niet op.
Waarom ligt er niet in elke straal van 50 kilometer een Zichtstal, een stal waar bezoekers 365 dagen per jaar vanaf een balkon een kalverstal kunnen bezichtigen? Waarom richten kalverhouders niet een eigen Rotary-club op die vrijwilligerswerk doet in de omgeving. Waarom sponsort een kalverhouder niet de plaatselijke voetbalclub? Waarom…. Er valt volgens mij zoveel meer te bedenken dan de open dagen langs het parcours van fietstochten. Gewoon een kwestie van doen.
Prik